Pachycephalosaurus, de ‘dikgekoptehagedis’, is een razend populaire dinosaurus vanwege de theorie dat hij zijn iconische koepelvormige kop gebruikte om als dikhoornschapen in elkaar te rammen. Er is echter veel discussie in de wetenschappelijke gemeenschap over de haalbaarheid van kopstoten. Sommige paleontologen zijn van mening dat de skeletten van de Pachycephalosuauriërs daarvoor te zwak waren, maar anderen beweren dat de hoeveelheid infecties op hun koepels aantoont dat ze zich aan deze vorm van strijd hebben schuldig gemaakt. Maar met een lengte van vier en een halve meter, anderhalve meter hoogte en een schedel van vijfentwintig centimeter dik kon Pachycephalosaurus nog steeds een klap uitdelen, hoe ze ook vochten. Mannetjes hadden waarschijnlijk dikkere schedels dan vrouwtjes, hetzij om te pronken of om te strijden om partners. Het westelijke huis van Pachycephalosaurus in de Verenigde Staten was een milde tot subtropische kustvlakte aan het einde van het Krijt. Hun kleine tanden werden waarschijnlijk gebruikt om aan zacht plantaardig materiaal te knabbelen terwijl ze door het platteland zwierven. Ze woonden daar samen met favoriete herbivoren zoals Ankylosaurus en Triceratops en ook met de angstaanjagende moordenaar Tyrannosaurus. De aanwezigheid van twee kleinere, minder ontwikkelde pachycephalosauriden, Dracorex en Stygimoloch, brengt paleontologen ertoe te denken dat deze soorten feitelijk de groeistadia van Pachycephalosaurus vertegenwoordigen in plaats van afzonderlijke taxa.