Ceratosaurus, de "gehoornde hagedis", was geen groot dier, zo blijkt uit zijn lengte van ongeveer zes meter en hoogte van twee meter, maar compenseerde zijn omvang met een enorme felheid. In tegenstelling tot andere theropoden had Ceratosaurus een abnormaal grote schedel in verhouding tot zijn lichaam. Zijn neushoorn en wenkbrauwkammen dienden waarschijnlijk als mechanismen om partners aan te trekken, en hij vocht vermoedelijk met concurrerende mannetjes om een ​​vrouwtje. Ter bescherming had Ceratosaurus een rij kleine osteodermen op zijn rug, dat functioneerde als huidbescherming. Sinds de ontdekking ervan tijdens de beroemde Bone Wars van Edward Drinker Cope en Othniel Charles Marsh zijn er talloze groeifases van Ceratosaurus ontdekt, waardoor het één van de dinosauriërs is met een completer fossiele geschiedenis van zijn levensfases. De Ceratosaurus leefde van het Kimmeridgien tot het Tithonien, een tijdperk in het Laat-Jura, door Noord-Amerika en het huidige Portugal. Hij jaagde rond waterwegen en in struikgewas, en voedde zich met kleine herbivoren zoals de Dryosaurus. Dit jachtpatroon vertegenwoordigt een andere vaardigheid dan die van grotere, hedendaagse carnivoren zoals de Torvosaurus (die op grotere prooien jaagde in dezelfde natte en beboste gebieden) en de Allosaurus (die ook op grote prooien jaagde, maar in drogere en meer open gebieden).