Confuciusornis, de ‘Confuciusvogel’, is een goed gedocumenteerd geslacht van dieren uit de Yixian- en Jiufotang-formaties in China. Met een lengte van vijftig centimeter en een spanwijdte van zeventig centimeter verschilde de Confuciusornis niet veel van moderne vogels. Het was een van de eerste vogels waarvan bekend was dat ze een tandeloze snavel hadden, ondanks dat ze niet nauw verwant waren aan moderne vogels. De snavel ontwikkelde zich daarom door middel van convergente evolutie, wat de evolutie is van vergelijkbare kenmerken bij niet-verwante dieren. De fossielen van zijn vleugels omvatten veel melanosomen (cellen die pigment bevatten), waardoor we konde weten dat het grijs, rood/bruin en zwart gekleurd was. De vleugels waren waarschijnlijk wit en de lange staartveren waren over de hele lengte donker gekleurd. Confuciusornis was een viseter die met zijn snavel kleine vissen tijdens Krijt uit waterlichamen ving en zich voedde. Dit dieet wordt gedemonstreerd in een fossiel exemplaar bewaard met zijn laatste maaltijd in zijn buik, vergelijkbaar met de beroemde Compsognathus-fossielen. Over het geheel genomen zijn de fossielen van Confuciusornis speciaal omdat sommige lange staartveren hebben, maar andere niet, en sommige veel groter zijn dan andere. De beste verklaring voor deze variabiliteit is geslachtelijke aanpassingen: de leidende hypothese stelt dat de grotere de vrouwtjes zijn, en dat beide geslachten de veren verloren tijdens de ruiperiode.